20.000 leerkrachten nodig tegen 2020

De recente beleidsevaluatie over de lerarenopleiding in Vlaanderen toont aan dat de kwaliteit van toekomstige leerkrachten zorgwekkend is. Het rapport plaatst ook grote vraagtekens bij de praktijkcomponent binnen de lerarenopleiding en vraagt specifieke aandacht voor de begeleiding van jonge en beginnende leerkrachten. Voka wil mee nadenken over dynamische loopbanen voor leerkrachten en heeft alvast enkele voorstellen klaar.

Goed onderwijs gebeurt daar waar de vonk tussen leerling en leraar overslaat. Goede leerkrachten zijn daarbij van essentieel belang. De meest recente beleidsevaluatie van de lerarenopleiding toont aan dat we net daar een probleem hebben in Vlaanderen. De commissie, onder  leiding van professor Gert Biesta (UGent), kreeg van de Vlaamse regering de opdracht om de lerarenopleiding te evalueren en beleidssuggesties te doen. Het werd een streng eindrapport vol voorstellen voor een toekomstgericht beleid. 

Screening

Eén van de belangrijkste conclusies van het rapport is het gebrek aan vakkennis bij de instroom. Zo komt 47,5 procent van de leerkrachten voor het lager onderwijs uit het BSO of TSO. Bij kleuterleiders komt twintig procent uit het BSO. Vaak starten deze studenten zonder de noodzakelijke begincompetenties aan de opleiding. Daarom is het noodzakelijk om bij het begin van de opleiding een screening in te bouwen. Gezien het grote tekort aan leerkrachten (volgens voorspellingen hebben we tegen 2020 maar liefst twintigduizend leerkrachten te kort) lijkt een toegangsexamen niet voor de hand liggend. Toch is het aan te raden dat er wordt nagedacht aan een ingangstoets met nadruk op cognitieve vaardigheden en vakinhoudelijke kennis. Al dan niet slagen voor zo’n proef kan dan gekoppeld worden aan het verplicht volgen van een voor- of bijscholingstraject.

Een tweede belangrijke conclusie uit het rapport is het gebrek aan praktijkervaring bij de start van de lerarenloopbaan. Dat begint al bij docenten in de lerarenopleiding. Slechts 56 procent van de docenten in de lerarenopleiding gaf ooit zelf les. Maar ook de leraren-in-spe ontbreekt het aan voeling met de praktijk. Grote boosdoener is daar de organisatie van de praktijkstage, waarbij de scholen onvoldoende kwaliteitsvolle stageplaatsen ter beschikking stellen. De commissie legt de oorzaak bij de afschaffing van de mentoruren bij aanvang van deze legislatuur. Scholen worden vandaag onvoldoende ondersteund om deze stageplaatsen aan te bieden. Nochtans zijn ze essentieel om goede leerkrachten klaar te stomen voor het lerarenberoep.

De commissie dringt ook aan op begeleiding voor jonge en beginnende leerkrachten. Zo verlaat één op de vier jonge leerkrachten het onderwijs binnen de vijf jaar. Dit wordt vaak in verband gebracht met de hoge werkdruk en het vele voorbereidende werk. Ook hier halen instellingen de afschaffing van de mentoruren aan. Er is vandaag onvoldoende ondersteuning om deze jonge leerkrachten ruimte te geven om zich voldoende in te werken. 

Carrière

Het rapport van de commissie Biesta focust op de lerarenopleiding. Toch is het belangrijk ook de bredere problematiek in beeld te brengen. Zo blijft een lerarenloopbaan vaak tweede keus. Het is belangrijk dat de beleidsmakers op korte termijn enkele gerichte ingrepen doen om ook bij leraren aantrekkelijke carrièremogelijkheden te voorzien.

Zo blijft het lerarenberoep nog veel te statisch. Evaluatie en bevorderingen zijn binnen de schoolcontext vaak onvoldoende uitgewerkt. Als we van het lerarenberoep opnieuw een positieve keuze met een maatschappelijk hoog aanzien willen maken, dan moet die loopbaan uitdagend zijn. Zo kunnen er diverse profielen ingebouwd worden. Leerkrachten met voldoende kwalificaties moeten aangemoedigd worden om meer verantwoordelijkheid op te nemen binnen de schoolstructuur. Dat kan gekoppeld worden aan een variabele verloning naargelang de invulling van de lerarenloopbaan. 

De vaste benoeming van leerkrachten en de daaraan gekoppelde loopbaan zou dan vervangen worden door een systeem van hernieuwbare contracten van bepaalde duur met evaluatie. Zo worden schoolbesturen ook aangemoedigd om de behoeften en doelstellingen voor elke leerkracht duidelijk te specifiëren en kan er flexibel worden ingespeeld op steeds veranderende eisen.

Maar ook de aansluiting met het hoger onderwijs is zeker voor leerkrachten in het secundair onderwijs van groot belang. In het licht van de diversificatie van de loopbaan kan er gedacht worden aan gedeelde lesopdrachten aan universiteiten, hogescholen en secundaire scholen. Buitenlandse voorbeelden tonen aan dat excellente leraren zo de kans krijgen om ook ervaring op te doen binnen het hoger onderwijs. Die ervaring kunnen ze gebruiken in hun loopbaan binnen de schoolomgeving. Een sterke samenwerking tussen hoger en secundair onderwijs moet dit soort programma’s mogelijk maken.

Het internationale perspectief kan een belangrijke aantrekkingsfactor zijn voor het onderwijs. Leerkrachten die een bepaalde periode in het buitenland doorbrengen kunnen waardevolle ervaring meenemen naar de eigen klasomgeving. De evaluatie van de lerarenopleiding toont aan dat het pover gesteld is met de internationale dimensie van de lerarenopleidingen en onderwijsinstellingen. Nochtans is het van cruciaal belang dat leraren in een steeds globalere wereld een internationale bagage hebben. Samenwerkingsverbanden tussen onderwijsinstellingen kunnen internationalisering aanmoedigen.

Tot slot is ook de voeling met de bedrijfswereld essentieel. De zogenaamde zij-instromers (mensen vanuit andere sectoren dan het onderwijs) kunnen een boeiende verrijking zijn voor het onderwijs in Vlaanderen. Dankzij het recente onderwijsdecreet kunnen leraren tot maximaal twintig jaar anciënniteit meebrengen naar hun lerarenberoep. Dat is een positieve evolutie, omdat zo het lesgeven ook financieel aantrekkelijk gemaakt wordt voor mensen die al een andere carrière achter de rug hebben. Zo kunnen ze een flinke dosis ervaring binnen het klaslokaal brengen. Bedrijven kunnen in de toekomst samen met scholen nadenken over werknemers die parttime lesgeven en parttime in het bedrijf actief blijven. Zij geven dan als brugfiguur tussen onderwijs en bedrijfsleven gestalte aan een nauwere samenwerking praktijk en theorie.

Tijd voor actie

De lerarenproblematiek sluimert al lang in Vlaanderen. Sinds gewezen Vlaams minister van Onderwijs Daniël Coens bouwt Vlaanderen aan een betere lerarenopleiding. Het moment is aangebroken om keuzes te maken. Minister Pascal Smet heeft aangekondigd verschillende werkgroepen op te zetten die concrete maatregelen moeten adviseren aan het beleid. Deze kans moeten we aangrijpen om ook iets op het terrein te kunnen veranderen. Het is van essentieel belang dat alle stakeholders (onderwijs, instellingen, lerarenopleidingen, bedrijfsleven) vertegenwoordigd zijn om gestalte te geven aan de verandering. Zonder een breed gedragen consensus over de veranderingsrichting dreigen we de komende jaren opnieuw in een impasse te verzeilen, terwijl de vraag naar goed geschoolde en gemotiveerde leerkrachten groter is dan ooit.